Tussen Kitsch en Kunst

ZE MAKEN KUNST met dode dieren. In de diepvries liggen momenteel twee schoothondjes. Michel: ‘De kinderen zeggen weleens: ‘Papa, je legt ze toch niet tussen de biefstukken?’ Roel: ‘Voor je het weet heb je twee bevroren kittens te pakken in plaats van de kipfilets.’ Michel: ‘Toen de kinderen jonger waren, namen ze vaak vriendjes mee. Dat ging altijd zo: óf die vriendjes kwamen vaker óf je zag ze nooit meer. Die vonden het dan een raar huis, waar dooie beesten aan de muur hangen, en nog met twee mannen ook.’ Zo’n straat die je al bent vergeten op het moment dat je er doorheen rijdt. Onopvallende rijtjeshuizen, in diep Limburgs Landgraaf. Tot je bij Michel Vanderheijden van Tinteren en Roel Moonen aanbelt. Achter de grauwe gevel stap je zo de Eigen Huis & Interieur binnen. Veel smaak. Roel, de verbazing gewend: ‘Wil je eerst koffie of wil je eerst kijken?’ Michel gaat voor. ‘Daar hangt spijkerman Günter Uecker, dit is kippenkunstenaar Koen Vanmechelen.’ Alle stijlen door elkaar. Michel: ‘We zijn liefhebbers van eigenlijk alles. Een kast uit de tijd van Napoleon III zetten we dus gewoon naast een bank van Minotti.’ In het splinternieuwe atelier hun eigen werk. Een rode eekhoorn in een gouden porseleinen jurk, gedrapeerd op een canapé. Hun interpretatie van Madame Récamier, het beroemde werk van schilder Jacques-Louis David, waardoor eerder ook Magritte werd geïnspireerd. Naast tekeningen en bronzen beelden een serie bewerkte borden met glazen dierenogen. En hun laatste creatie: twee jonge lama’s, die een nieuw leven kregen als Siamese tweeling – het handelsmerk van Les Deux Garçons, het kunstenaarsverbond dat Moonen foto’s les deux garçons van Chanel, in het midden overlopend in een jasje met twee parelknopen van hetzelfde luxemerk. en Vanderheijden van Tinteren vijftien jaar geleden sloten. De lama’s zijn bestemd voor hun nieuwe expositie, oktober dit jaar in hun vaste galerie Jaski Art, in Amsterdam.Ze zijn vooral bekend om hun sculpturen van taxidermie (het prepareren van dode dieren), kunst waar je niet schouderophalend aan voorbij kunt gaan. Twee zwarte bordercollies, identieke mutsjes op en kragen om, opgehangen aan een zwarte klerenhanger Een Piëta, La Pietà de Darwin, van twee babychimpansees. Een panter in een Hermèstuig, roze strik om, mutsje op – in 2012 speciaal gemaakt voor kunstbeurs Tefaf, vraagprijs 60 duizend euro. Michel, droog: ‘Mensen vinden er altijd wel iets van, ja.’ Roel: ‘Maar de reacties zijn eigenlijk zelden negatief. Alleen onze galerieën krijgen weleens boze mensen binnen. Die het zielig vinden voor de dieren. Als ze dan uitleggen dat de dieren nooit voor de kunst worden gedood, maar we alleen beesten gebruiken die een natuurlijke dood zijn gestorven, luwt de verontwaardiging meestal.’ De twee ingevroren schoothondjes kregen ze van een dierenarts uit de buurt. Michel: ‘Overleden dieren gaan daar meteen de vriezer in. Eén keer per maand komt het destructiebedrijf om ze te cremeren. De arts vraagt soms aan de eigenaren of wij hun huisdier voor onze kunstwerken mogen gebruiken.’ Roel: ‘Niet iedereen wil natuurlijk zijn overleden hond afstaan.’ Zoals de twee zwarte bordercollies, samen aan een Chanelhanger (18 duizend euro, het werk is inmiddels verkocht). Michel: ‘We hadden er al eentje, en het heeft zes jaar geduurd tot we een ander kregen die er een beetje op leek.’ Roel: ‘De vacht van die tweede was veel gekrulder, dus die hebben we gestyled en bijgekleurd. We willen dat de dieren zoveel mogelijk op elkaar lijken om er een echte siamees van te kunnen maken.’

De tweede hond kwam van een dierenarts, die wist wat het duo zocht. Ook van (zoölogische) musea, particulieren en dierentuinen betrekken ze materiaal. Michel: ‘Toen we vijftien jaar geleden met taxidermie begonnen, krégen we nog weleens een beest. Maar nu dierentuinen weten dat we goed gaan, vragen ze er flink geld voor. ’Ze leerden elkaar kennen op de kunstacademie in Maastricht. Michel: ‘We kwamen allebei uit een moeilijke tijd. Roel had zijn partner verloren aan kanker. En ik was net gescheiden van mijn vrouw, we hadden samen drie kinderen. Een half jaar later ontmoette ik Roel. Ik vond het lastig toe te geven dat ik mannen toch leuker vond. ’Hun jeugd was soortgelijk. Michel: ‘Ik zaagde als kind boerderijdieren door.’ Roel: ‘Ik gebruikte speelgoed ook nooit waarvoor het was bedoeld. Ik demonteerde het en maakte er iets nieuws van. En ik zat al jong op een boetseerclub voor volwassenen. Later maakte ik beelden van klei en was. Als ik ze verkocht, ging ik van dat geld op een rommelmarkt spullen kopen. Mijn vader begreep niet wat ik toch met die ouwe troep moest. Andere jongens van mijn leeftijd spaarden voor een brommer, ik voor een antieke kast. ’Op de kunstacademie werden ze gewezen op elkaars werk, en de gelijkenis ertussen. Michel: ‘Eerst vind je het vervelend, dat een ander soortgelijke dingen maakt. Maar we zagen zelf ook meteen de verwantschap. Gevonden materialen, die we transformeerden tot iets nieuws.’ Roel: ‘Toen we uiteindelijk voor het eerst samen exposeerden, zagen zelfs onze beste vrienden niet wie wat had gemaakt. ’Inmiddels is hun werk door vijf Nederlandse musea aangekocht. En zijn ze ruim vertegenwoordigd in de kunstcollectie van miljardair Philip Niarchos – één van de tien vooraanstaande privékunstcollecties ter wereld – naast kunstenaars als Van Gogh, Gauguin, El Greco, Warhol en Basquiat.

Een aantal jaar geleden exposeerden ze bij SEM-ART Gallery in Monaco. Roel: ‘We hadden een tafel gemaakt, met vijftien vogelsculpturen erop.’ Michel: ‘Toen belde de galeriehoudster: ‘Ik heb de hele tafel verkocht’. ‘De táfel?’, vroegen wij nog. Ja, alle kunstwerken in één keer dus. En of we het niet erg vonden dat ze de tafel er gratis bij had gegeven? Roel: ‘Nou ja,zulke dingen gebeuren alleen in Monaco. ’In 2000 begonnen ze met taxidermie. Negen jaar eerder had de Britse shock-kunstenaar Damian Hirst een haai op sterk water gezet en daarmee een wereldwijde rel veroorzaakt. Michel: ‘Koen Vanmechelen, Thomas Grünfeld en Jan Fabre werkten ook al met dode dieren. Maar we zijn het niet gaan doen omdat het in was, of omdat we hoopten dat het een stroming werd.’ Roel: ‘We gebruikten objets trouvés, gingen rommelmarkten en veilingen af, zochten altijd naar het mooiste porselein. We kochten ook vaak reeds geprepareerde dieren, die we dan probeerden te transformeren, al lukte dat nooit helemaal.’ Michel: ‘Je kent die opgezette vossen en vogels van vroeger wel; die waren toch duidelijk dood? Wij zochten een manier om de dieren zo levend mogelijk te laten lijken. Dat je bijna twijfelt als je er een foto van ziet: is het nou een dood dier, of niet?’ Roel: ‘Toen zijn we op zoek gegaan naar een preparateur. We kwamen bij een echt familiebedrijf terecht. De vader zei: ‘Ik ga écht geen beesten doormidden snijden.’ Maar zijn zoon,  die van onze leeftijd is, zag er wel iets in. En inmiddels vindt zijn vader het ook geweldig. Daarbij hebben zij een goed netwerk. Om exotische of beschermde dieren te kunnen gebruiken moet je officiële papieren hebben. Dat regelen zij. Dan bellen ze ons: we hebben twee doodgeboren cheetahs, of een overleden sneeuwpantertje.’ Michel: ‘Je kunt de preparateur zien als een soort werkplaatsassistent. Een beest villen is niet het leukste werk, dat doen zij. Wij snijden dus niet zelf, maar staan er wel met onze neus bovenop.’ Roel: ‘Het kadaver meten we helemaal op. Vervolgens maken we op die maten een binnenwerk van purschuim, ijzerdraad, dikke wol en touw – vooral bij de poten, anders worden die te dun.’ Michel: ‘De dieren worden helemaal gevild, er zit dus niets meer van het oorspronkelijke beest in, we gebruiken alleen de huid.’ Roel: ‘Een soort bontjas, die we over een kunststoffen binnenkant spannen.’ Michel: ‘De ogen zijn van glas, die laten we vaak in Rusland maken, daar doen ze dat al eeuwen lang. Daarom zijn onze ogen net echt.’ Roel: ‘Vervolgens gaan we de dieren vermenselijken. Een roze tong, die we maken van tweecomponentenmateriaal. Make-up van airbrush op de wimpers en donkere schaduwen om de ogen, waardoor ze meer uitdrukking krijgen. De mondhoeken een stukje optillen.’ De meest identieke dieren worden, na het ontleden door de preparateur, aan elkaar genaaid. De siamees is hun handelsmerk. Michel: ‘We hebben er een groepstitel voor, L’ Adieu Impossible. Voor ons zijn ze een metafoor voor de keuzen die een mens tijdens zijn leven moet maken. Een deel van die keuzes zíjn al voor jou gemaakt. Jouw ouders hebben bepaald welke naam je draagt, waar je bent geboren, welke taal je spreekt. Daarna ga je eigen keuzen maken, die een tweede ik vormen – alsof er een siamees aan je vast zit. Omdat je die eerder voor jou gemaakte keuzen nooit meer helemaal afwerpt, moeten de siamezen altijd met elkaar in overleg.’ Erik Satie op de speakers. Ze serveren koffie en vlaai in de classistische, Napoleon III-gedecoreerde eetkamer. Op handbeschilderde Hongaarse schoteltjes van Herend. Michel: ‘Het lievelingsservies van de toenmalige koningin Elisabeth.’ Roel: ‘Bij ons moet alles mooi zijn, daar worden we zelf ook weleens moe van.’ Michel: ‘We hebben nu bijvoorbeeld écht een nieuwe auto nodig, maar dan kopen we toch weer een Rietveldstoel. Het esthetische gaat bij ons altijd voor het praktische.’ Ze vertellen over de twee witte lama’s, hun meest recente werk. Opvallend afwezig zijn de hun zo kenmerkende theatrale strikjes om de poten. Roel: ‘Het beeld zegt wat het moet worden, niet wij. We hadden al ivoorkleurig tuigjes gemaakt, kragen en hoedjes. Mij leek het te gek, maar Michel vond het zonde. Vervolgens hebben de lama’s drie maanden in de woonkamer gestaan, in afwachting van wat er zou komen.’ Michel: ‘We moeten het er altijd samen over eens zijn. Uiteindelijk is het óns werk.’ Roel: ‘Dus dan kan ik niet stiekem ’s nachts toch die hoedjes erop gaan plakken. Al gum ik bij een tekening nog weleens iets van hem uit.’ Michel: ‘Uiteindelijk vonden we de lama’s sterker zonder opsmuk. Ook zonder strikjes heeft het duidelijk ons handschrift.’ Een maand zijn ze bezig met een groot werk. Daarna blijft het in huis, tot aan de expositie. Michel: ‘Ik ben echt verdrietig als onze werken het huis uit gaan.’ Roel: ‘Michel gaat altijd huilen.’ Michel: ‘Ja, nou ja, het is toch alsof een van je kinderen op kamers gaat.’ Roel: ‘Je moet verkopen om nieuw werk te kunnen maken.’ Hun prijzen beginnen bij 1.800 euro – voor een klein porseleinen beeldje met een echt vogel- of muizenkopje. Michel: ‘Een schilder heeft alleen verf en een doek nodig, misschien 80 euro aan materiaal, wij hebben meer onkosten. De preparateur, het porseleinen werk, de dieren zelf, een stolp. Dan start je al met een bedrag van drie nullen.’ Een fluweelzacht konijnenkopje, strik in de oren, op een porseleinen lijfje met zwierige jurk en roze balletschoentjes. Of een aandoenlijke hondenpup, genaaid op het lijf van een teddybeer, voorzien van grote Chanelstrik. De lijn tussen kunst en kitsch is dun. Roel: ‘Als je de dubbele laag niet ziet, noem je het misschien kitsch, ja.’ Michel: ‘Het zit op het randje, natuurlijk wel. Maar ik denk toch dat ons werk volwassener is geworden. Het moet meer zijn dan alleen maar mooi. Wij stellen ook gevoelige zaken aan de orde.’ Roel: ‘In 2012 opende onze expositie Le jour du pardon, de dag van de vergiffenis. Veertig kunstwerken, waaronder een berenpop met een dildo, onder een glazen stolp. Of een fallus op vier wieltjes, net kinderspeelgoed. Die serie ging over het misbruik in de katholieke kerk.’ Michel: ‘Mensen reageerden er heftig op. Terwijl wij vinden: wat is nou confronterender, ons werk of het misbruik wat we ermee aan de kaak stellen?’ Roel: ‘De meeste van die werken zijn aan Amerikanen verkocht. In Nederland liep het minder.’ Michel: ‘Neem de twee bordercollies op de Chanelhanger. Die honden hebben een heerlijk leven gehad, zijn een natuurlijke dood gestorven, en waren houten kledingkast op poppenhuisvernietigd als wij ze niet hadden gebruikt. Hier in Limburg lopen nog veel mensen in een bontjas – dat vinden ze wèl kunnen, maar een bontjas van twee honden is ineens te confronterend?’ Roel: ‘Een beetje hypocriet. Maar het is ons nooit om shockeren te doen.’ Michel: ‘Hooguit om wakker te schudden. Probeer eens anders naar dingen te kijken.’ Via een preparateur kregen ze van de Apenheul vijf chimpansees. Gestorven door vroeggeboorte. Roel: ‘De preparateur vond het echt moeilijk om ze te villen. Omdat ze zulke menselijke trekken hebben. Het voelde alsof hij een baby open sneed.’ Eentje werd door het duo vereeuwigd als Jésus – zonder kruis, maar wel in de Bijbelse pose, de armen gespreid. Twee andere aapjes vormen een Piëta – Maria met haar gestorven zoon op schoot. Ook hier geen strikjes of mutsjes. Michel: ‘Dat vonden we niet gepast. Het werk zegt van zichzelf al genoeg.’ Roel: ‘We waren naar Rome geweest, om de Pietà van Michelangelo te bekijken. Daar wilden we iets mee. Toen de Apenheul belde, viel alles op z’n plaats. We hebben de evolutietheorie van Darwin – dat de mens afkomstig is van de apen – vermengd met het katholieke geloof, waarmee wij allebei zijn opgevoed. In beide zit iets dat aannemelijk is, maar ons toch niet volledig kan overtuigen. La Pietà de Darwin is daarmee onze visie op het geloof.’ Aan een vrouw die drie zelfmoordpogingen had gedaan verkochten ze een formaat met daarin een mini-afscheidsbrief en een ratje dat zich heeft verhangen. ‘Die vrouw had een zware periode afgesloten en weer zin in het leven. De aankoop van ons werk voelde ze als een overwinning.’ Creaties met honden of katten verkopen het moeilijkst. Michel: ‘Huisdieren komen voor veel mensen te dichtbij.’ Jonge dieren zijn het lastigst op te zetten. Roel: ‘De vingers van onze aapjes waren zo breekbaar als luciferstokjes. En beestjes die dood worden geboren, of te vroeg, zijn eigenlijk nog niet af. We hebben ooit een weimaranerpup op een struisvogelei gezet, maar de vacht van die hond was zo dun, dat het leek of we met papier werkten.’ Fazanten en marters zijn geen Les Deux Garçons-fähige dieren. Michel: ‘Dat zijn van oudsher jachttrofeeën, geen beesten die wij kunnen omtoveren tot iets dat mooie menselijke trekken krijgt. Een volwassen vos zouden we bijvoorbeeld ook nooit gebruiken. Maar een jong vosje weer wel – die lijkt op een klein hondje.’

November 2011 is Safia El Malqui Al Rashid in Amsterdam. Op dat moment is de oprichtster van de SEM-ART Gallery nog getrouwd met een Arabische miljardair, en galeriste in Monaco. Michel: ‘Ze reed met haar limousine toevallig langs galerie Jaski, waar wij exposeerden. Ze gebood haar chauffeur meteen te stoppen. Maar wat is nou het ergste dat er kan gebeuren bij iemand die geld als water heeft?’ Roel: ‘De hele expositie was al uitverkocht!’ Michel: ‘Toen wilde ze bij ons langskomen in Landgraaf.’ Roel: ‘De hele straat liep uit. Een limousine, een rijke vrouw uit het Midden-Oosten met een zwerm personal assistants.’ Michel: ‘Ze was ontzettend aardig. En wilde zeven beelden meenemen, vanuit Genève werd direct geld overgemaakt, er kwam een volledig gestoffeerde auto uit Brussel voorrijden, mannen met witte handschoenen zetten onze werken erin.’

Roel: ‘Niet veel later zaten we in Monaco te dineren, met prinses Stéphanie, Mick Jagger, de zoon van prinses Caroline en nog meer mensen die we zouden moeten kennen.’ Michel: ‘Safia organiseerde een popupexpositie in Sankt Moritz, in een hotel dat eigendom was van de Niarchos-broers, neefjes van de familie Onassis. Ook zij nodigden ons uit te komen eten, Safia zei nog dat we wel onze smoking moesten meenemen.’ Roel: ‘De Niarchos-villa hing vol Warhol, Picasso, Van Gogh, Klimt, Basquiat. En Fabergé-eieren op het toilet.’ Michel: ‘Speciaal voor het Nederlandse bezoek hadden ze ook een Mondriaan opgehangen.’ Roel: ‘De man naast ons aan tafel vroeg of wij de stoelen waarop we zaten herkenden. Die bleken ontworpen door Gaudì. Twee ton per stuk.’ Michel: ‘Aan de andere kant zat een chique Griekse dame, ze was de buurvrouw van Willem-Alexander en Máxima in Griekenland. Ze paste soms op de prinsesjes.’ Roel: ‘En Bruno Bischofjerger zat er, de galerist die Warhol en Basquiat groot maakte. Achter ons hing een enorm schilderij van Warhol, uit zijn Death and Disaster-serie. Bruno vertelde dat hij er 25 jaar geleden tien van kocht, voor 70 duizend dollar. Het was een gok: óf hij ging er de boot mee in óf het zou hem rijk maken. Tien jaar later verkocht-ie ze voor een miljoen per stuk. En inmiddels kost het doek dat daar hing ruim 15 miljoen.’ Michel: ‘In huis stond niks van ons, dat vonden we nog wel jammer.’ Roel: ‘Maar na het diner kregen alle gasten een bontjas aan en werden we in limo’s gezet om naar het midden van de tuin te rijden.’ Michel: ‘Die rit duurde vijf minuten we stapten uit voor een gigantische iglo, en wij moesten als eerste naar binnen. We liepen langs een zuilengalerij van ijs en ineens stond daar in het midden een werk van ons. Siamese hertjes. We waren er stil van.’ Roel: ‘Ja. En Michel moest natuurlijk meteen huilen.’