Eigen Huis & Interieur wim claessen

Galerie

De Schilderijen van Wim Claessen stralen een ongekende rust en stilte uit. Maar het dreigende licht aan de hemel verraadt een bijna filmische spanning. ‘Mijn doeken gaan verder dan een mooi-ervaring.’

Wie een boek leest, maakt automatisch beelden in zijn hoofd. Maar werkt het ook andersom? Kunnen beelden ook een verhaal opwekken? Wim Claessen (1951, Sittard) denkt van wel. Claessen schildert landschappen, dat wil zeggen: hij schildert grote, kale vlaktes, polders en weide uitzichten over het water. Verder is er vooral leegte, een oneindig lijkende ruimte waar je als kijken naar binnen gezogen wordt. Een huisje of een enkel bootje is vaak het enige waaraan je je kunt vastklampen. En altijd is daar dat licht, een mystieke onheilspellende en soms dreigende gloed aan de hemel.
Maar wie verwacht dat Claessens atelier in het Limburgse Dieteren midden tussen de Zuid-Limburgse heuvels staat, heeft het mis. Samen met zijn vrouw, kunstenaar Yvonne Mostard, heeft hij zijn atelier in het voormalige carrosseriebedrijf van zijn schoonouders. ‘Het landschap zelf heb ik niet nodig,’ zegt Claessen. ‘Dat komt van foto’s en die kunnen overal vandaan komen. Uit de krant, mijn eigen archief of gewoon uit een boek. Deze bijvoorbeeld.’ Hij wijst naar Lake, een prachtig langgerekt doek van tweeënhalve meter. Op het schilderij vormen donkere, glooiende lijnen de contouren van een angstaanjagend stil wateroppervlak. Op de achtergrond gloort opnieuw het licht. ‘Dit komt ui Atlas.’ Claessen pakt het beroemde fotoboek van de Duitse schilder Gerhard Richter. ‘Kijk, deze.’ Hij laat een klein fotootje zien van een berglandschap met een meer. ‘Maar ik heb alleen de vorm gebruikt’, zegt Claessen, ‘en de licht-donker verhouding. De lucht en de berg op de achtergrond heb ik weggelaten. De oorsprong van het beeld doet er eigenlijk niet meer toe.’ Dat het uit Richters boek komt, is toeval, maar ook niet helemaal: Claessen beschouwt Richter als een an de meest interessante schilders die hij kent.
Voor Claessen is het landschap vooral een voertuig voor een verhaal. Maar waar gaat dat verhaal precies over? ‘Eigenlijk praat ik nooit zoveel over mijn schilderijen. Hoe meer ik vertel, hoe eerder mensen met mijn ogen kijken. Ik wil dat ze zelf kijken en er hun eigen verhaal bij maken.’ Daarvoor creëert Claessen wel de omstandigheden. ‘Mijn schilderijen brengen mensen in bepaalde stemming, het haalt herinneringen bij ze naar boven, maar die zijn natuurlijk voor iedereen anders.’

Herinneringen oproepen
In die zin zou je Claessens doeken decorstukken voor het gevoel kunnen noemen. Maar hoe roep je de herinneringen op van een onbekende kijker? ‘Ik zoek altijd naar de balans tussen vervreemding en herkenning. Natuurlijk gebruik ik daarbij ook beelden uit mijn eigen verleden. Die draa ik met me mee en ze komen, vaak zelfs onbewust, in het schilderij terug. Maar ik breng ze wel terug tot hele kleine aanwijzingen. Specifieke details vermijd ik, dat leidt alleen maar af. En voor de kijker zijn die kleine aanwijzingen vaak net voldoende om een persoonlijke gebeurtenis op te roepen die de afbeelding te boven gaat. In die zin geloof ik wel in collectief bewustzijn. Mensen hebben overeenkomsten. Wie ervoor openstaat, kan zich erin herkennen.’
Zo licht en ijl als Claessens doeken nu zijn, zo donker en zwaar waren ze vroeger. Vlak na de academie experimenteert hij een tijdje met volledig zwarte schilderijen: ‘Ik onderzocht wat het licht kon doen met het oppervlak wanneer je alleen de structuur verandert. Maar er gebeurde eigenlijk helemaal niets.’ Daarna kwam er weer kleur in zijn werk, maar die is er nu ook weer nagenoeg uit verdwenen. ‘Kleur is eigenlijk net als overbodige details. Het is mooi, maar uiteindelijk leidt het allemaal af van de essentie.’ Maar geldt dat dan niet ook voor het licht? ‘Licht is natuurlijk mooi en sfeervol, maar mijn schilderijen gaan verder dan een mooi-ervaring. Ik wil een gevoel van eenzaamheid en verstilling opwekken, maar tegelijk een plek bieden waar je je geborgen voelt, waar je naar toe getrokken wordt.’ Een huis waar licht brandt, een plek die houvast biedt. Het schilderij moet volgens Claessen tenslotte ook troost bieden. ‘Ja, zeker in deze tijd. Het leven is niet alleen Himmelhoch Jauchzend maar ook zum Tode betrübt’. In die zin staan Claessens werken in de romantische traditie van Caspar David Friedrich. ‘Zeker, daar kijk ik naar. In Me walking heb ik mezelf in het landschap geschilderd, net als figuren in Friedrichs schilderijen. Voor mij gaat dit werk ook over eenzaamheid en verlangen. Maar het moet ook niet té zwaar worden, hoor. Met zo’n titel verwijs ik tegelijkertijd naar de uitspraak van Tarzan: Me Tarzan, you Jane. Daarmee probeer ik de beladenheid te relativeren.
Claessen laat een korte stilte vallen, ‘mijn doeken hebben niet te maken met de nietigheid van de mens en de grootsheid van de schepper zoals bij Friedrich. Want inmiddels weten we natuurlijk allang hoe nietig de schepper is. En ook dat de mens in staat is de wereld te vernietigen.’
Die vernietiging komt in beeld op drie kleine doeken, eigenlijk een serie schetsen, over de oorlog in Irak. Claessen schilderde de beschieting van Amerikaanse soldaten op wat later een groep burgers bleek te zijn. ‘Verschrikkelijk, dat raakte me. De nutteloosheid en afstomping… Ik moest het schilderen om er vat op te krijgen. We raken immuun voor dit soort beelden. Misschien dat een schilderij zo’n gebeurtenis langer kan vasthouden.’

Terug naar de essentie
Wie op de deze manier naar Claessens landschappen kijkt kan de desolate plekken ook ervaren als een vlucht uit de harde werkelijkheid, een vlucht uit de maatschappij. ‘Ken je de film into the wild van Sean Penn? Daarin breekt een veelbelovende student met zijn verleden, zijn familie, met de hele prestatiegerichte maatschappij waar hij uit voorkomt. Hij verbrandt zijn papieren, knipt zijn creditcards doormidden en trekt met een rugzakje de natuur in waar hij probeert te overleven. Dat is eigenlijk precies waar mijn schilderijen over gaan.’
Teruggeworpen worden op jezelf, terug naar de kern, dat is volgens de hoofdpersoon in de film de essentie van het bestaan. Waar zit voor Claessen de essentie van het schilderen? Claessen formuleert bedachtzaam. ‘Ik weet het nog niet. Mijn werk wordt steeds soberder. Tot nu toe liet ik het licht opdoemen door allerlei dunne lagen over elkaar heen te schilderen, dat konden er wel tien zijn. Een kwaststreek was nauwelijks te zien. Nu merk ik dat ik vluchtiger wil werken, een grovere penseelvoering heb, zoals in een schets en nog meer details wil weglaten. De kunst is om in heel korte tijd iets neer te zetten, tot het punt dat leegte en verhaal elkaar precies in evenwicht houden. Dat is de essentie.’